Eigenschappen

Molens zijn op verschillende manieren in te delen.

De Zaandplatte is:

  • Een windmolen (watermolens worden door water aangedreven).
  • Een beltmolen, want hij staat op een heuveltje (bult of belt). Daardoor steekt hij iets boven het maaiveld uit en vangt hij meer wind. Andere vormen zijn grondzeilers (dat zijn vaak poldermolens, midden in de weidse polder) en stellingmolens, die boven de huizen uit moeten komen.
  • Een achtkantige bovenkruier: hij is niet rond, niet vierkant, maar dus achtkantig. En om de wieken in de richting van de wind te krijgen, draait het bovenstuk (de kap), en niet de hele molen (onderkruier).
  • Riet gedekt, dus geen dakleer, zoals je wel in Groningen ziet, of baksteen.
  • Een korenmolen, want dat is wat hij verwerkt. Dit is de meest voorkomende vorm. Andere molens zijn bijvoorbeeld de poldermolens (niet: watermolens, zoals je vaak hoort): zij houden de polders droog. Daarnaast zijn er nog olie-, mosterd-, verf-, vol- en papiermolens en niet te vergeten houtzaagmolens.

Daarnaast heeft de Zaandplatte de volgende kenmerken:

  • De Zaandplatte is maalvaardig. Dit betekent dat alles 'het doet'.
  • Wij malen niet voor consumptie, dat is voor vrijwilligers haast niet te doen. We laten als het even kan wél zien hoe het malen gaat. Het meel is voor Hendrik-Jan, die ons zijn tarwe geeft en het meel terug krijgt voor zijn vee.
  • De molenbelt heeft wel een ingang, maar geen uitgang. Een paard-en-wagen kan dus wel de molen inrijden om graan te brengen of meel te halen, maar er nooit meer uit komen (paarden kunnen niet achteruit een helling op rangeren). Daaraan kun je dus zien dat de molen op deze plek nooit als molen bedoeld was.
  • Het kruien gebeurt met een kruirad, en niet met een kruilier.
  • De vang (de rem) is een bandvang. Dat is een metalen band die om het bovenwiel grijpt. Het bovenwiel zit in de kap om de gietijzeren wiekenas. Een ander soort vang is de blokvang, die bestaat uit (meestal) vijf blokken hout die om het bovenwiel gemonteerd zitten.
  • Het kruiwerk is een neutenkruiwerk. Dat betekent dat de kap op houten blokken rust. Andere typen zijn: voeghouten kruiwerk (de kap ligt rechtreeks op de molenromp), een rollenkruiwerk (houten of ijzeren rollen tussen de molenromp en de kap) en een Engels kruiwerk: metalen rollen die tussen twee rails lopen).
  • De Zaandplatte is oudhollands gehekt. Dit betekent dat de wieken 'gewoon' van ijzer en hout zijn, met zeilen erop. Aan de voorkant zitten planken (windborden) en geen 'moderne' profielen, zoals de fokwiek, de dekkerwiek of de Van Busselneus. Het is dus een molen zoals de meeste mensen een molen in hun gedachten hebben.
  • De vlucht van de Zaandplatte is ongeveer 20 meter. Dit is de afstand tussen de tippen van twee tegenover elkaar staande wieken. Dat is iets onder het gemiddelde. Er zijn molens met een vlucht van 25 m. maar ook van 16 m. De meeste zitten rond de 22 meter.